Het experiment Zorg op Maat door Leefstijlmonitoring is een voortzetting van de pilot Caring Home. In deze pilot is ervaring opgedaan met de toepassing van sensorentechnologie en bijbehorende dienstverlening gedurende zes maanden bij 25 cliënten. De uitkomsten van de pilot lieten zien dit systeem in potentie een positieve bijdrage kan leveren  aan de kwaliteit van zorg én leven en een doelmatigere inzet van formele en informele hulpverleners.

Na afloop is besloten om met diverse zorgorganisaties in de regio het binnen de pilot ontwikkelde arrangement op te schalen. Dit betekende dat het arrangement bij zijn grotere aantalen cliënten binnen verschillende organisaties zou worden ingezet en medewerkers vanuit diverse wijkteams zouden worden betrokken bij de toepassing van het arrangement in het primaire zorgproces. Dit opschalingtraject was de aanloop naar en de doelstelling van het experiment.

Bij de aanvang van het experiment is een Project Initiatie Document (PID) opgesteld en zijn de afspraken die zijn gemaakt tijdens de pilot opnieuw bevestigd. Deze zijn vervolgens verwerkt in een protocollenboek. Op basis van het protocollenboek zijn trainingen ontwikkeld die gericht zijn op de introductie van een groter aantal medewerkers van zorgorganisaties bij het project. De ontwikkeling van het HCIS als ondersteuning voor de nieuwe werkwijze is ter hand genomen.

Geleidelijk zijn meerdere teams binnen Proteion geïntroduceerd in het project. Ook vanuit andere zorgorganisaties ontstond belangstelling voor deelname. Deze initiële belangstelling is in een latere fase van het project omgezet in werkelijke activiteiten.

Bij de aanvang van het project is besloten om min of meer parallel een effect onderzoek te laten verlopen. Dit onderzoek was gepland bij 25 cliënten van de doelgroep kwetsbare ouderen en 25 cliënten van de doelgroep mensen met een PG indicatie. Doel van het onderzoek was het verwerven van inzicht in de effectiviteit van de toegepaste technologie /zorgarrangement. Dit onderzoek leidde wel tot een extra belasting van het projectteam en zorgde wel voor een grotere impact van deelname voor medewerkers en cliënten.

In het tweede projectjaar is het gelukt om ook van twee andere zorginstellingen cliënten te introduceren in het gebruik van deze ondersteunende technologie. De ontwikkelde protocollen het als ook het trainingsmateriaal, konden effectief worden ingezet (zie protocollenboek QuitCare). Los van de verzameling van cliënten behorend tot de onderzoeksgroepen zijn ook andere cliënten van de zorgorganisaties geïntroduceerd in het gebruik van de ondersteunende technologie. Hier heeft de afbakening met de onderzoeksgroep wel gezorgd voor een aantal problemen bij medewerkers met betrekking tot de vraag voor wie deze ondersteuning het meest geschikt is. Gesteld kan worden dat de uitrol hierdoor enigszins is belemmerd in de kwantitatieve ontwikkeling.

In het tweede jaar is tevens de uitwerking van de maatschappelijke businesscase opgepakt. Deze heeft er toe geleid dat voor de medewerkers helderheid gegeven kon worden waar de voordelen van de toepassing van deze ondersteunende technologie liggen. Voorts is hiermee het overleg met stakholders ( bestuurders, zorgkantoor) gefaciliteerd.

Tijdens het experiment is op basis van praktijkvoorbeelden aangetoond dat de ondersteunende technologie leidt tot uitstel van opname met name als gevolg van de ondersteuning van de mantelzorg.

Op basis van de maatschappelijke businesscase is het besluit genomen het experiment in 2011 voort te zetten met de ambitie e.e.a. verder op te schalen binnen de regio Noord- en Midden-Limburg.
Het voornemen is Zorg op Maat door Leefstijlmonitoring vanaf 2011 op te nemen in een regionale infrastructuur die 24 uurs zorg moet garanderen. Deze regionale infrastructuur is vanaf 2010 in voorbereiding en wordt gerealiseerd in samenwerking tussen zorgaanbieders , gemeenten en het Zorgkantoor Noord en Midden-Limburg (VGZ).

Projectleider: John Rietman
Projectplan
Leerproducten
Eindrapportage (nog aanleveren)
Maatschappelijke businesscase