Het Transitieprogramma in de Langdurende Zorg had bij aanvang in 2007 als doel te leren over de oplossing van “structurele knelpunten” ten aanzien van de kwaliteit, de financiële houdbaarheid en de maatschappelijke inbedding van succesvolle zorginnovaties. Bijna dertig transitie-experimenten gingen van start om nieuwe praktijken in de zorg te ontwikkelen. Een multidisciplinair gelegenheidsconsortium samengesteld uit adviseurs en onderzoekers van Ernst & Young, CC Zorgadviseurs en DRIFT/Viatore ondersteunde hen met respectievelijk beleidsmatige/financiële, zorginhoudelijke en transitiekundige kennis en ervaring.

Het Transitieprogramma heeft enerzijds bijgedragen aan concrete veranderingen in de zorgpraktijk (bijeengebracht in de meta Maatschappelijke Business Case) en heeft anderzijds veel geleerd over hoe te innoveren in de langdurende zorg.
In de eerste plaats kenmerkt het programma zich door een combinatie van uitersten: enerzijds is er aandacht voor de theoretische onderbouwing van processen en resultaten, en anderzijds speelt de ervaring in de praktijk een allesbepalende rol.

Daarnaast zien we dat bovenop de individuele begeleiding, juist de groepsactiviteiten bijdragen aan het delen van die kennis en ervaring. Door het creëren van een stimulerende omgeving en het aanreiken van een prikkelende inhoud speelt het programmateam hierin een belangrijke rol als aanjager en aanspreekpunt. De nadruk op het verbinden van deze en andere tegenstellingen en op het koppelen van mensen en onderwerpen versterken de innovatiekracht die uitgaat van het programma en haar experimenten.

De transitiekundige noties en aanpak voorzien daarbij in een „common ground?, een taal waarin alle betrokkenen, van opdrachtgevers tot aan experimentleiders hun belangen en ambities kunnen herkennen en uitdrukking kunnen geven. Naast deze „zachte? hulpmiddelen bracht het Transitieprogramma ook meer concretere instrumenten voort, zoals de maatschappelijke Business Case en het Cliëntverhaal. Deze en ook andere exercities zijn erop gericht om de aandacht te richten op de opbrengsten en de baten van innovatieve praktijken. Het introduceren van nieuwe manieren van kijken is een belangrijke meerwaarde die de transitie-methoden aan het Transitieprogramma.

Naast de aandacht voor verbinding en gezamenlijkheid zien we in het programma ook het belang van non-conformisme en radicaliteit. Ondanks de vaag gedefinieerde doelstellingen slaagt een aantal experimenten erin, met name vanuit de relatie tussen cliënten en hun verzorgers, nieuwe praktijken te ontwikkelen die zichzelf niet alleen bedruipen maar ook een inspiratiebron vormen voor anderen. Op hetzelfde moment zien we hoe, daar waar succesvolle experimenten uitgroeien tot volwaardige alternatieven naast het reguliere zorgaanbod (lees: concurrenten) de barrières voor vernieuwing zich scherper aftekenen: het veld blijkt onvoldoende in staat (gesteld) om de innovatie te incorporeren en er de vruchten van te plukken. De drijfveer van individuen die dit mogelijk maken vertegenwoordigen daarmee alles wat goed is maar ook alles wat ongunstig is aan de huidige zorginnovatiecultuur: enorm gedreven en creatieve individuen die tegen een massief en star stelsel aanlopen.
Juist in deze laatste typering van experimenten die tegen de verdrukking van het systeem in alternatieve innovatieve praktijken ontwikkelen, zien we uiteindelijk de belangrijkste meerwaarde van het Transitieprogramma.

Het Transitieprogramma kenmerkt zich door het uitvinden, ontwikkelen en testen van nieuwe zorgconcepten. De ruimte en atmosfeer binnen deze proeftuinen (de experimenteeromgeving van het Transitieprogramma) fungeert als „een kweekkas voor vernieuwing in de zorg" en draagt aantoonbaar bij aan een vruchtbaar innovatieklimaat.

  • handboek transitiemonitoring 
    Een raamwerk voor de experimenten om de opgedane lessen te delen met het programmateam, de andere projecten en de sector als geheel. Binnen het transitieprogramma is aanpassen en bijsturen een doel op zich, waardoor monitoring een cruciale rol speelt om de geleerde lessen te expliciteren.